Kololo 2013 - Dag 10

Dag 9

Het ritme zit er goed in: vijf minuten voordat mijn wekker afloopt, om 6.25 uur, ben ik wakker. Ik kleed me aan en in plaats van het gebruikelijke vette, Engelse ontbijt vind ik vandaag een kommetje yoghurt ook wel prima. Als iedereen klaar is en Bok gearriveerd vertrekken we naar een visstekje op Kololo. Eer dat alle vishengels zijn opgezet en het aas gevangen is, zijn we zo alweer een half uur verder, maar dan kunnen we aan de gang.

Voor zover ik me kan herinneren heb ik nooit meer dan een houten stok met een haakje aan een touwtje vast gehad om te vissen, dus zo'n supersonisch geval is even wennen. De eerste keer gooi ik mijn lijn niet verder dan het riet recht voor mijn neus. Na wat tips van Bok probeer ik het nog een keer, en ja hoor: het lukt. Zelfs zo goed dat ik de lijn over de rivier én over de boom aan de overkant van de rivier gooi. Helemaal verstrikt in de takken natuurlijk. Gelukkig klimt Stijn met het grootste gemak de boom in, en na wat getrek en gesjor aan de lijn en de takken kan ik weer vissen. Deze keer gaat het werpen wel goed. Ik installeer mijn hengel op de grond en dan begint de grote kunst van het vissen: geduldig zitten wachten tot je beet hebt. Hét moment waarop ik ontdek dat ik vissen niet zo leuk vind. Ik zoek een plekje op een rots in het water en houd -al zonnebadend- van een afstandje mijn hengel in de gaten. Het duurt niet lang voordat het ik koekeloeren naar de lijn beu ben. Ik zoek een rustig plekje op aan de oever om wat te schrijven, er klakkeloos vanuit gaande dat iemand anders mijn lijn wel binnenhaalt, mocht er wat bijten. Als rond half twaalf de hengels worden opgeruimd heeft heeft er werkelijk bij niemand ook maar één klein miezerig visje aan de haak gehangen. Niet dat me dat wat uitmaakt eigenlijk: vissen zijn vies en glibberig en dankzij de rustige ochtend heb ik lekker een beetje bruin kunnen bakken. We worden naar het restaurant gebracht voor een lekkere lunch, waarna we teruggaan naar het kamp voor een lesje rifle handling. We leren de verschillende soorten rifles kennen en waar ze voor gebruikt worden. Na het stukje theorie mogen we zelf schieten. Als eerste wordt een lichte .22 rifle tevoorschijn gehaald. Hiermee mogen we elk vijf keer op een doel schieten. Uiteindelijk schiet ik 40 uit 50 punten, volgens mij nog niet eens zo heel slecht voor een beginner. Dan komt het zwaardere geschut tevoorschijn: een .30-06 rifle. Hoewel ik vorig jaar na lang twijfelen toch met dit geweer geschoten heb, haak ik af. De terugslag is behoorlijk en ik heb het al een keer meegemaakt, dus ik vind het wel prima zo. Het geweer hierna, een nog zwaarder .458, laat ik dus ook achterwege. Als iedereen die wel wilde heeft geprobeerd een blikje om te schieten, wordt een handgun tevoorschijn gehaald. Die vond ik leuk vorig jaar, dus die wil ik nog wel een keer proberen. Ieder krijgt drie schoten en ook hier zijn lege blikjes het doelwit. Het eerste schot is raak. Beginnersgeluk, zo blijkt, want bij de andere twee schoten mis ik de blikjes. Na het pistool moet Richard weg, dus ik besluit even te gaan douchen. Maar nog terwijl ik aan het afdrogen ben, worden we teruggeroepen naar de schietbaan. Bok en Richard staan klaar met kleiduiven en hun shotguns. Ook die mogen we uitproberen. Op het moment dat ik de terugslag zie, begin ik te twijfelen. Het is een aardige optater die je krijgt. Als iedereen al een paar keer geweest is, besluit ik de gok toch maar te wagen. Ik pak het hagelgeweer aan. Er kunnen twee patronen in, maar ik vind één keer schieten wel genoeg. De kleiduif wordt de lucht in geslingerd en ik schiet. De klap is inderdaad behoorlijk en een beetje beduusd daarvan kijk ik naar de kleiduif. Of de duizend kleine stukjes die ervan over zijn: ik heb in één keer raak geschoten. Een beetje verbaasd geef ik het geweer terug aan Richard, die daarna met Bok nog wat kleiduiven uit de lucht schiet, als jochies zo blij met hun speelgoedjes.
Na het schieten staat ons een verrassing te wachten, ter compensatie van het kamperen dat niet doorging. We hebben geen idee wat het kan zijn, alleen dat we in het restaurant gaan dineren met de rangers en dat we warme kleding en een camera mee moeten nemen. Als we eenmaal in het restaurant zitten te wachten op het eten klinkt er ineens een slag. En nog een. En weer. Als de slagen overgaan in ritmisch djembé-getrommel, komt er ineens een stel jongeren tevoorschijn. Jongeren uit het opvanghuis waar we gisteren waren. Zij voeren voor ons en de andere gasten een prachtig en indrukwekkend optreden op. Hun prachtige stemmen geven me kippenvel over heel mijn lijf. Als we een tijdje hebben staan genieten is de beurt aan ons: ook wij moeten meedoen. Het nadoen van de razendsnelle bewegingen gaat me niet helemaal soepel af, maar plezier heb ik zeker! Verrassing geslaagd.
Na dit muzikale intermezzo wordt het eten geserveerd en als we allemaal uitgegeten en -gedronken zijn brengt Richard ons terug naar het kamp. Halverwege stopt hij de auto ineens met de woorden "I hear a leopard... And I'm serious". De enige van de big five die we nog niet gezien hebben. Zou het..? Richard schijnt met het zoeklicht rond en ineens zie ik een fractie van een seconde het kenmerkende patroon van de luipaard. Mijn hart bonst in mijn keel als Richard probeert de auto in het stikdonker dichterbij te rijden. Met ingehouden adem luister ik naar de geluiden om me heen: af en toe ritselt er wat. Vervolgens gaat de motor weer aan, rijdt de auto nog wat dichterbij en dan ineens: "WRAAAAAAH!" Er komt wat uit de bosjes gerend en van schrik trek ik de deken die op mijn schoot ligt over mijn hoofd. Alsof dat helpt tegen een luipaard in de aanval. Van de luipaard is echter geen spoor te bekennen als Lomarie en Marjolein gierend van de lach uit de bosjes komen. Wauw, ze hadden ons mooi te pakken. De luipaardvlekken worden verklaard als vervolgens een opgezette luipaard tevoorschijn wordt gehaald. Mijn benen trillen nog steeds als rietjes als we eenmaal bij het kamp uit de auto stappen. Dit was echt een briljante grap. Zelfs als ik na een korte kampvuursessie in mijn bed lig, giechel ik nog wat na. Maar morgen moeten we nog één keer vroeg op, dus ik trek de dekens over me heen en val als een blok in slaap...

Dag 11

Undefined