Kololo 2013 - Dag 11

Dag 10

Het is kwart over vijf als de wekker gaat en hoewel ik toch zeker zes uur geslapen heb, voelt het alsof ik net pas in mijn bed lig. Ik moet mezelf echt dwingen om op te staan en het is niet geheel van harte als ik even later in de main tent op een rusk sta te knabbelen. Zelfs als we in de gameviewer stappen om naar Welgevonden te rijden voor een big five walk ben ik nog steeds niet echt wakker. Pas als we een enorme Afrikaanse visarend in een boom zien zitten, ga ik op standje alert. Op het moment dat we uit de auto stappen, voel ik me even onbeschermd, zo tussen de neushoorns, leeuwen en olifanten.

Gelukkig halen Richard en Hayden, een ranger van Welgevonden die met ons meegaat, hun geweren tevoorschijn en ik vertrouw erop dat we heelhuids terug in Kololo terug zullen komen. We vertrekken en al gauw komen we in de buurt van een neushoorn en haar kalf. Helaas blaast de wind vanaf ons hun kant in, waardoor ze ons goed kunnen ruiken en we ze dus niet te dicht kunnen naderen. Vervolgens zien we in de verte een olifant en de enige manier om er dichterbij te komen is dwars door een open veld met manshoog gras. De combinatie met de verse sporen van een hele leeuwenpride maakt me bloednerveus. Als we halverwege het veld zijn spotten we een groep hartebeesten. Deze zouden ons strak in de gaten moeten houden, tenzij er iets gevaarlijkers in de buurt is. En ze kijken finaal van ons weg... Ik wil niks liever dan het veld uit en de beschutting van de bomen en de rotsen om me heen. Gelukkig komen we veilig uit het veld, maar intussen is onze olifant er vandoor. We zien hem in de verte in het dal staan. Na nog een stuk lopen komen we terug bij de auto. Niet zoveel gezien, maar spanning en sensatie genoeg. Als we terugrijden naar Kololo wordt onze weg geblokkeerd door een groep neushoorns. Hebben we ze toch nog een keer van dichtbij gezien. De dieren maken plaats voor ons en we rijden door langs een enorme plas. Daarin liggen twee nijlpaarden lekker te luieren, dieren die ik heel graag wilde zien. We kijken een tijdje naar de kolossen, waarna we dan echt voor de laatste keer door de poort naar Kololo gaan. Eenmaal terug in het kamp hebben we een uur om onze koffers te pakken. Ik wikkel alle souvenirs zorgvuldig in shirts: ik wil niet dat er iets breekt. De rest van mijn spullen prop ik er een beetje bij. Hoewel mijn koffer op de heenweg slechts halfvol zat, moet ik nu moeite doen om de sluitingen dicht te krijgen. Ik neem me voor om in het vervolg ook voor de terugweg mijn kleren netjes op te vouwen. Zoveel souvenirs heb ik nou ook weer niet, daar ligt het niet aan. Ik graai de laatste spullen bij elkaar en stop ze in mijn handbagage. Als iedereen zijn of haar spullen heeft gepakt, rijden we naar het restaurant, waar we genieten van een heerlijke lunch. Naderhand lopen we naar de receptie, waar we het gastenboek een flinke toevoeging geven, nog even door het winkeltje neuzen en met Kellyn kletsen.
En dan is daar opeens onze taxi. Tijd om afscheid te nemen. We maken nog een groepsfoto, delen de laatste knuffels uit en dan is ons Kololo-avontuur toch echt voorbij. We rijden de poort uit en ik probeer zoveel mogelijk van het Afrikaanse landschap in me op te nemen nu het nog kan. Ongeveer halverwege de 29 kilometer lange, onverharde weg richting de bewoonde wereld merk ik dat ik echt heel moe ben, en ik besluit hier toch maar even aan toe te geven. We hebben immers nog een lange reis te gaan. Als ik later wakker word, rijden we op asfalt en er wordt me verteld dat iedereen juichte toen we eindelijk de verharde weg bereikten. Niks van gemerkt. Af en toe zak ik wat weg, maar als we recht een gigantische file inrijden, ben ik wakker. Met wat flauwe spelletjes, zingen en schrijven komen we de tijd wel door, maar de twee uur die we op voorhand aanwezig moeten zijn op het vliegveld, komen wel akelig dichtbij. Op het vliegveld nemen we afscheid van Jos, die nog een maandje in Zuid-Afrika blijft rondreizen. Dan haasten we ons naar de incheckbalie, waar we eerste de koffers moeten laten sealen voor we ze mogen inleveren. Geseald en wel gaan de koffers op de lopende band, waar één koffer vijf kilo te zwaar blijkt. Dus vlug de folie er weer af, spullen naar andere koffers verhuizen, opnieuw sealen... Als we eenmaal ingecheckt en door de douane zijn, willen Bas en Bart, zoals het echte Nederlanders betaamt, proberen om de tax over gekochte spullen terug te vragen, want als toerist hoef je geen belasting te betalen. In de tussentijd duiken wij nog even een souvenirwinkel in, maar als op het scherm 'boarding' zonder final call ineens veranderd in 'gate closed', gaan alle alarmbellen rinkelen. Terwijl ik tevergeefs probeer om Bart en Bas te bellen, rennen we als een gek naar de gate. Op dat moment ben ik nog totaal niet bezig met wat we zouden moeten doen als we de vlucht missen: alles in mijn lijf zegt dat ik moet rennen. Pas als we in het vliegtuig zitten komen de wat als-scenario's voorbij. Gelukkig bereiken ook Bas en Bart op tijd het vliegtuig en met iedereen aan boord vertrekken we terug naar ons koude kikkerlandje. Van de acht uur durende vlucht zelf krijg ik niet veel mee, ik ben moe genoeg om enkel voor het eten wakker te worden. Zelfs de landing gaat compleet aan me voorbij. Eenmaal in Caïro moeten we vijf uur zien te doden voordat we doorvliegen naar Brussel. We kopen een broodje en wat te drinken en van de Egyptische ponden die we over hebben halen we wat chocolade voor in het vliegtuig. Ook de tweede vlucht gaat voor mijn gevoel snel voorbij met een beetje lezen, gamen en slapen. Voor we het weten staan we alweer in Brussel aan de grond. Wat is de tijd omgevlogen en wat hebben we het geweldig gehad! Met heel veel genoegen kijk ik terug op de afgelopen tijd en ik kan niet wachten tot ik alles wat we geleerd hebben kan toepassen in de bus en op de boot. Zuid-Afrika zit in mijn hart voor de rest van mijn leven.

Nederlands